Artikel 9 Kiesregeling luidt als volgt:
Voor de afvaardiging per district naar De Nationale Assemblée geldt de volgende verdeling:
1. Paramaribo
2. District Wanica
3. District Nickerie
4. District Commewijne
5. District Sipaliwini
6. District Brokopondo
7. District Marowijne
8. District Para
9. District Saramacca
10. District Coronie
17 zetels
7 zetels
5 zetels
4 zetels
4 zetels
3 zetels
3 zetels
3 zetels
3 zetels
2 zetels
Positieve discriminatie is geoorloofd, op grond van de volgende voorwaarden:
1. Er moet een kennelijke ongelijkheid zijn;
2. Het verdwijnen van deze ongelijkheid moet worden aangewezen als een te bevorderen
doelstelling;
3. De positieve actie moet van tijdelijke aard zijn en verdwijnen, zodra de beoogde
doelstelling is bereikt;
4. De maatregel mag andermans rechten niet onnodig beperken.34
In 1987 ging de wetgever er kennelijk van uit dat er in bepaalde districten een
achterstandspositie was ten opzichte van de meer ontwikkelde districten en zijn er extra zetels
toegekend aan deze districten in de Kiesregeling van 1987. Middels een extra
vertegenwoordiging werd er kennelijk beoogd om de ontwikkeling van deze districten op gang
te brengen. De Hoge Raad (HR) stelt een rechtvaardigingseis voor opheffing van een
discriminatieverbod, zoals is beslist in het arrest van 7 mei 1993.35 Volgens het Hof wordt er
thans niet meer voldaan aan vermelde rechtvaardigingseisen, welke inhouden dat in de
beleving van het merendeel van het electoraat zij onnodig beperkt worden in hun politieke
rechten.
Volgens het Hof is gelet op het tijdelijk karakter van de “positieve discriminatie” en de
uitgebleven evaluatie, de “positieve discriminatie” in artikel 9 van de Kiesregeling, voor wat
betreft de toedeling van de zetels niet meer geoorloofd.
General Comment (GC) No. 25, VN richtlijnen voor de implementatie van artikel 25 van het
IVBPR36 schrijft voor, dat het principe one person, one vote geïmplementeerd dient te
worden in het kiesstelsel van een verdragsstaat.
34 Van der Pot, 2006, Handboek van het Nederlandse staatsrecht, bewerkt door Prof. Mr. D.J. Elzinga, Prof. Mr. R. de Lange, m.m.v. Mr. H.G.
Hoogers, Kluwer-Deventer, 15e druk.
35 HR mei 1993, NJ 1995, 159.
36 Artikel 25 IVBPR: Elke burger heeft het recht en dient in de gelegenheid te worden gesteld, zonder dat het onderscheid bedoeld in artikel 2
wordt gemaakt en zonder onredelijke beperkingen: a. deel te nemen aan de behandeling van openbare aangelegenheden, hetzij rechtstreeks
of door middel van vrijelijk gekozen vertegenwoordigers; b. te stemmen en gekozen te worden door middel van betrouwbare periodieke
verkiezingen die gehouden worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemming, waardoor het vrijelijk tot
uitdrukking brengen van de wil van de kiezers wordt verzekerd; c. op algemene voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de
overheidsdiensten van zijn land.
Page 17 of 27