“The principle of one person, one vote must apply, and within the framework of each State's
electoral system, the vote of one elector should be equal to the vote of another. The drawing
of electoral boundaries and the method of allocating votes should not distort the distribution
of voters or discriminate against any group and should not exclude or restrict unreasonably
the right of citizens to choose their representatives freely”.37
Suriname is partij bij dit Verdrag en dient zich ook te houden aan hiergenoemde richtlijnen.
Het Hof acht het principe van “one person, one vote” niet opgenomen in de Kiesregeling.
(10.2). Toetsingsmaatstaf: one-person, one-vote
Kiesstelsels dienen te beantwoorden aan de basisregels van het kiesrecht. Deze regels zijn
ondermeer het gelijke gewicht van een ieders stem, regelmatige verkiezingen, geheime en
vrije verkiezingen, goede en transparante controles op het stemproces.38 Uitgangspunt van
de jurisprudentie is dat het gelijkheidsbeginsel verlangt dat het kiesstelsel is gebaseerd op het
one-person, one-vote beginsel. Dat vereist dat te goeder trouw een oprechte poging wordt
ondernomen om de kiesdistricten zoveel mogelijk een gelijke bevolkingsomvang toe te
kennen als uitvoerbaar is.39
Daarbij is geen mathematische perfectie vereist. Kleine afwijkingen van de mathematische
gelijkheid leveren op het eerste gezicht geen schending van het gelijkheidsbeginsel op en
daarover hoeft geen verantwoording te worden afgelegd. Van een kleine afwijking is sprake
als het verschil in bevolkingsomvang tussen het kleinste en het grootste district niet groter is
dan 10%. In dat geval wordt uitgegaan van het vermoeden dat het kiesstelsel in
overeenstemming is met het gelijkheidsbeginsel.40
Het gelijkheidsbeginsel vertaalt zich ook in het kiesrecht als een beginsel waarbij elke burger
niet alleen gelijk is bij het gebruik van dit recht ( er is wel sprake van actief en passief kiesrecht)
maar ook het gewicht van hun stem gelijk dient te zijn ten opzichte van elkaar in een
kiesstelsel. Dat wil zeggen dat het recht van de ene burger om volksvertegenwoordigers te
kiezen in een bepaald district even zwaar moet wegen ten opzichte van het recht van een
andere burger die hetzelfde recht heeft in een ander district. Het one person, one vote,
beginsel draagt het staatsrechtelijke principe uit dat personen een gelijke representatie
hebben met betrekking tot het stemmen( gelijk gewicht). Het “one person one vote” beginsel
is niet uitgewerkt in de Kiesregeling en volgens het Hof komt de soevereine wil van het volk
niet tot uiting, zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 Grondwet.
The Supreme Court of the United States (Supreme Court) heeft zich sinds de jaren zestig van
de vorige eeuw intensief met kwesties op het vlak van het gelijkheidsbeginsel en het
kiesstelsel beziggehouden. Het Supreme Court beschouwt het kiesrecht als een zeer
zwaarwegend individueel recht waarvan het belang het representatieve karakter van het
stelsel van vertegenwoordiging overstijgt. Het Supreme Court kent volgens Amerikaans recht
aan het gelijkheidsbeginsel een absoluut karakter toe waar het gaat om de indeling van
kiesdistricten voor het Congres en een nagenoeg absoluut karakter als het gaat om
kiesdistricten in de staten.41
37
CCPR/C/21/Rev.1/Add.7 27 August 1996, Intenational Covenant on Civil and Political Rights.
38 Heringa, A.W., Van der Velde, J. et al., Staatsrecht, Deventer, dertiende druk, 2015 p. 59.
39 Prof. Dr. Geert-Jan Alexander Knoops e.a., Amicus Curiae Lawyers for Upholding International Law, p.6.
40 Prof. Dr. Geert-Jan Alexander Knoops e.a., Amicus Curiae Lawyers for Upholding International Law, p.7.
41 Prof. Dr. Geert-Jan Alexander Knoops e.a., Amicus Curiae Lawyers for Upholding International Law, p.3.
Page 18 of 27