Het bepaalde in de artikelen 26 en 27 van het Verdrag van Wenen, inzake het verdragenrecht46, regelende de gebondenheid van verdragspartijen aan het Verdrag en het verbod dat een partij zich niet mag beroepen op de bepalingen van nationaal recht om het niet ten uitvoer leggen van een Verdrag te rechtvaardigen, alsook het bepaalde in de artikelen 105 en 106 Grondwet, betreffende de verbindende kracht van ieder verbindende bepalingen van Verdragen en de doorwerking van het internationaal recht in het nationaal recht ter zake die ieder verbindende bepalingen, benadrukken de verhouding tussen deze twee rechtssferen. Het voorgaande wordt benadrukt in verband met de voor de onderhavige toetsing van belang zijnde mensenrechtenverdragen, waarbij Suriname partij is, met name het IVBPR en het AVRM.47 Ook in zaken bij het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens (IAHRM) is het, het Hof gebleken dat het internationaal recht boven het nationaal recht voorrang heeft. Het Hof benadrukt dat lidstaten van het AVRM en het IVBPR gehouden zijn aan hun internationale verplichtingen voortvloeiende uit dit Verdrag. Het Hof neemt verder in zijn overweging mee dat artikel 26 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht uitgaat van de Pacta Sunt Servanda-gedachte, wat wil zeggen dat: “elk in werking getreden Verdrag partijen verbindt en moet dit door hen te goeder trouw ten uitvoer worden gelegd”. Suriname heeft het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht op 31 januari 1991 geratificeerd en heeft zich dus gecommitteerd aan de verdragsbepalingen. Artikel 27 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht stelt hierop eveneens: “Een partij mag zich niet beroepen op de bepalingen van zijn nationale recht om het niet ten uitvoer leggen van een Verdrag te rechtvaardigen”. Het Hof benadrukt dat Suriname als lidstaat gebonden is aan de uitspraken van het InterAmerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. Artikel 25 IVBPR luidt: Elke burger heeft het recht en dient in de gelegenheid te worden gesteld, zonder dat het onderscheid bedoeld in artikel 2 wordt gemaakt en zonder onredelijke beperkingen: a) deel te nemen aan de behandeling van openbare aangelegenheden, hetzij rechtstreeks of door middel van vrijelijk gekozen vertegenwoordigers; b) te stemmen en gekozen te worden door middel van betrouwbare periodieke verkiezingen die gehouden worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemming, waardoor het vrijelijk tot uitdrukking brengen van de wil van de kiezers wordt verzekerd; c) op algemene voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land. 46 Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, Wenen, 23-05-1969. Artikel 26 (Pacta sunt servanda): Elk in werking getreden Verdrag verbindt de partijen en moet door hen te goeder trouw ten uitvoer worden gelegd. Artikel 27 (Nationaal recht en naleving van Verdragen): Een partij mag zich niet beroepen op de bepalingen van zijn nationale recht om het niet ten uitvoer leggen van een Verdrag te rechtvaardigen. Deze regel geldt onverminderd het bepaalde in artikel 46 van het voornoemd Verdrag. 47 Suriname heeft het Internationaal Verdrag Burger en Politieke Rechten (International Convenant on Civil and Political Rights ) geratificeerd op 28 december 1976 en op 12 november 1987 is het Amerikaans Verdrag Inzake de Rechten van de Mens (Convention on Human Rights) geratificeerd. Page 20 of 27

Select target paragraph3