Het Mensenrechten Comité geeft in G.C. 2548 aan dat burgers nemen deel aan de
behandeling van openbare gelegenheden, het zij rechtstreeks of door middel van vrijelijk
gekozen vertegenwoordigers bij de overheid wanneer zij macht uitoefenen als lid van een
wetgevend orgaan of door het bekleden van een uitvoerend ambt. Dit recht op rechtstreekse
participatie wordt ondersteund door sub b van artikel 25 IVBPR.
Burgers nemen ook rechtstreeks deel aan de besluitvormingsprocedures bij de overheid
wanneer zij hun Grondwet kiezen of wijzigen. Verder als er ook een besluit moet worden
genomen met betrekking tot openbare aangelegenheden door middel van een referendum of
een ander verkiezingsproces dat in overeenstemming is met sub b van artikel 25 IVBPR.
Burgers kunnen rechtstreeks participeren door deel te nemen aan volksvergaderingen die
bevoegd zijn besluiten te nemen over lokale aangelegenheden of over aangelegenheden van
een bepaalde gemeenschap, en aan organen die zijn opgericht om burgers te
vertegenwoordigen in overleg met de regering.
Uit hoofde van de in artikel 1, lid 1 IVBPR bedoelde rechten heeft een ieder het recht om
vrijelijk zijn politieke status te bepalen en genieten zij het recht om de vorm van hun Grondwet
of regering te kiezen. Artikel 25 heeft betrekking op het recht van personen om deel te nemen
aan de behandeling van openbare gelegenheden, het zij rechtstreeks of d.m.v. vrijelijk
gekozen vertegenwoordigers en besluitvormingsprocedures bij de overheid.
In de artikelen 57 jo. 59 Grondwet is opgenomen dat Surinamers die voldoen aan de
voorwaarden, zich verkiesbaar mogen stellen en bij de verkiezingen één stem mogen
uitbrengen.
Verwijzend naar de inhoud van sub a en c van artikel 25 IVBPR kan worden gesteld dat de
Grondwet, de Kiesregeling en aanverwante wettelijke regelingen deze rechten garandeert en
is dan geen sprake van onverenigbaarheid met voornoemde bepaling.
Het Hof verwijst naar General comment 25 IVBPR, dat Verdragsstaten geen specifiek
kiesstelsel wordt opgelegd. Desalniettemin moet elk kiesstelsel in een Verdragsstaat
verenigbaar zijn met de rechten die door artikel 25 lid b IVBPRworden beschermd en moet
het de vrije wilsuiting van de kiezers waarborgen en tot gelding brengen. Het beginsel "one
person, one vote" moet gelden, en in het kader van het kiesstelsel van elke Staat moet de
stem van de ene kiezer gelijk zijn aan de stem van een andere kiezer. De vaststelling van de
kiesgrenzen49 en de wijze van stemverdeling mogen de verdeling van de kiezers niet
scheeftrekken, geen enkele groep discrimineren en het recht van de burgers om hun
vertegenwoordigers te kiezen niet uitsluiten of op ongerechtvaardigde wijze beperken.
Verwijzend naar het bovenstaande kan worden gesteld, dat de Kiesregeling wel strijdig is met
artikel 25 sub b van dit Verdrag.
Artikel 26 IVBPR luidt:
Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder discriminatie aanspraak op gelijke bescherming
door de wet. In dit verband verbiedt de wet discriminatie van welke aard ook en garandeert
eenieder gelijke en doelmatige bescherming tegen discriminatie op welke grond ook, zoals
48 G.C. 25 IVBPR par. 6.
49 Kiesgrenzen vallen in Suriname samen met de districtsgrenzen, zie Decreet Districtenindeling, 24 februari 1983, S.B. 1983, no. 24.
Page 21 of 27