- het huidige kiesstelsel niet voldoet aan een rechtvaardig kiesstelsel met name als het komt op de gelijkwaardigheid van de stemmen en daardoor de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling strijdig zijn met het beginsel van gelijkheid en van een gelijkwaardig kiesrecht zoals vervat in artikel 8 Grondwet, artikelen 25 sub b en 26 IVBPR en artikelen 23 lid 1 sub b en 24 AVRM; - er sprake is van “positieve discriminatie” in de verdeling van de DNA zetels ingevolge de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling, welke thans, gelet op de door het Hof gegeven argumentatie, ongeoorloofd is; - de populatie in de districten is gaan verschuiven sinds de inwerkingtreding van de Kiesregeling, dat de opbouw van de zetels is geschied aan de hand van het inwonertal per district. Daarom is het nodig om nauwkeurig na te gaan indien de berekening van de zetels anno 2022 qua inwonertal per district nog voldoet aan de maatschappelijke realiteit; - als de geschiedenis van het kiesstelsel vanaf 1949 wordt nagegaan blijkt dat deze steeds is gewijzigd, al dan niet in het belang van het volk; - thans aan een rechtvaardig kiesstelsel moet worden gewerkt conform maatschappelijke realiteit met in achtneming van de Grondwet en Verdragen; - de wetgevende macht wordt volgens artikel 70 Grondwet gezamenlijk uitgeoefend met de regering om het huidige kiesstelsel in overeenstemming te brengen met het IVBPR en het AVRM; - de verkiezingen van 25 mei 2025 normaal voortgang dienen te vinden. de 13. HET HOF KOMT TOT HET VOLGENDE BESLUIT: Gelet op de toetsing van artikel 9 jo 24 van de Kiesregeling: 1. Dat de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatie verbod van artikel 8 Grondwet; 2. Dat de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling niet in strijd zijn met artikel 61 Grondwet. 3. Dat de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling wel in strijd zijn met artikel 55 jo. 8 Grondwet. 4. Dat de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling niet in strijd zijn met de artikelen 25 sub a en c IVBPR. 5. Dat de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling wel in strijd zijn met de artikelen 25 sub b IVBPR en 26 IVBPR. 6. Dat de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling wel in strijd zijn met de artikelen 1 jo. 23 jo. 24 van het AVRM. 7. Dat de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling niet getoetst kunnen worden aan de artikelen 7 jo. 21 UVRM, vanwege de niet juridische verbindendheid van het UVRM. Page 26 of 27

Select target paragraph3