2. VERLOOP PROCEDURE (1) Indiening van het verzoekschrift gedateerd 7 maart 2022, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 144 Grondwet jo. artikel 12 lid 4 sub d Wet Constitutioneel Hof (S.B. 2019 no. 118) door mr. Serena Muntslag- Essed, advocaat toegelaten tot de Balie van het Hof van Justitie. (2) Het ingediende verzoekschrift voldoet aan de vereisten van artikel 15 Wet Constitutioneel Hof. Het Hof acht verzoekster daarom ontvankelijk in haar verzoek en acht zich ook bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen. (3) Gelet op het maatschappelijk belang van de aan het Hof voorgelegde rechtsvraag en in het belang van het maatschappelijk en juridisch draagvlak zijn de President van de Republiek Suriname, de Voorzitter van De Nationale Assemblée, ter zake deskundigen, in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze ten aanzien van de werking van het huidige kiesstelsel kenbaar te maken. Daarnaast zijn ook politieke organisaties in de gelegenheid gesteld hun zienswijze binnen een gestelde termijn schriftelijk kenbaar te maken aan het Hof. (4) Het Hof heeft omtrent het onderhavige beraadslaagd, doch heeft vanwege de complexiteit van de materie en de zwaarwichtigheid van de rechtsvraag niet binnen de gestelde termijn van artikel 23 lid 1 Wet Constitutioneel Hof een beslissing hieromtrent kunnen nemen. Aangezien hier sprake is van een bijzonder geval conform artikel 23 lid 2 Wet Constitutioneel Hof, is van de termijn van artikel 23 lid 1 afgeweken en besluit het Hof op heden 5 augustus 2022. 3. HET VERZOEK (1) Bij verzoekschrift van d.d. 7 maart 2022, heeft mr. Serena Muntslag-Essed in de hoedanigheid van advocaat bij het Hof van Justitie ex. artikel 12 lid 4 sub d van de Wet Constitutioneel Hof het verzoek ingediend bij het Hof om de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling te toetsen aan artikel 8 jo. 55 jo. 61 Grondwet en of artikel 25 jo. 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten en of artikel 1 jo. 23 jo. 24 van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en of artikel 7 jo. 21 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Verzoekster geeft ondermeer aan “dat ten aanzien van voornoemde Kiesregeling het géén betoog behoeft dat het huidige kiesstelsel leidt tot ongelijkheid omdat een stem in Coronie bijkans twaalfmaal meer electoraal gewicht heeft in vergelijking met een stem in Wanica. Er zijn fundamentele democratische rechten van een meerderheid van de kiezers in het geding. De hoofdoorzaak van de onrechtmatigheid van het kiesstelsel is de wijze van zetelverdeling, hetgeen is opgenomen in artikel 9 jo. 24 Kiesregeling. Gelet op de ongelijke resultaten van verkiezingen is het de vraag of de Kiesregeling wel voldoet aan de grondwettelijke en verdragsrechtelijke eisen die worden gesteld aan een kiesstelsel.” Verzoekster doet een formeel verzoek aan het Constitutioneel Hof om tot toetsing over te gaan van artikel 9 jo. 24 van de Kiesregeling aan artikel 8 jo. 55 jo. 61 Grondwet en of artikel 25 jo. 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten en of artikel 1 jo. 23 jo. 24 van het Page 3 of 27

Select target paragraph3