de verstedelijke gebieden toeneemt. Er moet een evenwichtige en evenredige
vertegenwoordiging zijn per district. De toedeling van het aantal zetels in de kiesdistricten leidt
hierdoor tot een vervorming van de voorkeuren van kiezers in relatie tot de uiteindelijke
samenstelling van De Nationale Assemblée. De legitimiteit van het kiesstelsel komt hierdoor
steeds verder onder druk te staan en daarmee ook de legitimiteit van De Nationale Assemblée
en het politieke bestuur.
Voorts stelt hij dat het huidige kiesstelsel hiermee op gespannen voet staat met de Grondwet
die verordonneert namelijk een evenredig samengestelde Nationale Assemblée. Het huidige
kiesstelsel is in tien (10) kiesdistricten opgedeeld, waarbij per district een verschillend aantal
zetels zijn toegedeeld waarop gestemd kan worden. Het resultaat van deze indeling, en de
zeteltoedeling per district, is dat bij verkiezingen vanaf 1987 steeds weer blijkt, dat in de acht
niet-stedelijke kiesdistricten – waar een minderheid van de kiezers woont – niettemin een
meerderheid qua aantal zetels in De Nationale Assemblée oplevert. Verreweg de meeste
kiezers wonen in de twee stedelijke districten, maar moeten genoegen nemen met een forse
minderheid van het zetelaantal in De Nationale Assemblée. Dit is volgens hem de omgekeerde
wereld en dat kan uit democratisch oogpunt niet. De werking van het huidige kiesstelsel is zo
gezien zeker in strijd met de evenredigheid die de Grondwet voorschrijft. Suriname moet terug
naar een democratisch stelsel, waarin de stem van elke kiezer een zoveel als mogelijk gelijke
uitkomst heeft. Fernandes Mendes stelt verder dat de werking van het huidige kiesstelsel niet
leidt tot een aanvaardbare afspiegeling van de volkswil in De Nationale Assemblée. “Het
kiesstelsel werd ingegeven door de wens tot een zo goed mogelijke afspiegeling van het
electoraat in De Nationale Assemblée.
(5.3). Breeveld, Carl
Breeveld benadrukt, het verschil in stemgewicht tussen platteland en stedelijke gebieden als
uitkomst van de zetelverdeling voor De Nationale Assemblée. Hierdoor ontstaat een
onevenredige vertegenwoordiging per district. Bij een verkiezing mag volgens hem op grond
van het gelijkheidsbeginsel het proportioneel aantal benodigde stemmen voor het verwerven
van een zetel niet te veel van elkaar afwijken. Op dit moment beantwoordt volgens hem het
huidige kiesstelsel daarom niet aan dit democratisch gedachtengoed en is dus niet
rechtvaardig. Factoren van historische-, democratische- en ethische aard nopen tot wijziging
van het kiesstelsel om te kunnen voldoen aan de wensen die leven onder ons volk. Afhankelijk
van de ontwikkelingen in ons land zal het huidige kiesstelsel volgens hem op gezette tijden
geëvalueerd moeten worden.
(5.4). Ramadhin, Hardeo
Ramadhin stelt: “het kiesstelsel met betrekking tot de verkiezingen voor DNA zetels is niet
evenredig verdeeld, nu gebleken is dat de verdeling van DNA zetels over de verschillende
districten ingevolge artikel 9 Kiesregeling, welke bij de verkiezingen een uitkomst geeft die
niet evenwichtig is, zowel vanuit de kiesdeler (verhouding DNA zetels en uitgebrachte
stemmen per kiesdistrict) alswel naar de verhouding tussen landelijk verworven DNA zetels
door politieke organisaties en de op deze politieke organisaties uitgebrachte stemmen. De
verschillen/onevenwichtigheid zijn dermate groot, waardoor niet gesproken kan worden van
een evenwichtige representatie van de volkswil nu belangrijke delen van de wil van het volk
zich niet vertaalt in de vertegenwoordiging in De Nationale Assemblée. Het huidige kiesstelsel
dwingt politieke partijen tot samenwerking, danwel coalitievorming voor de verkiezingen. Het
Page 6 of 27