the will of the voters; and c. to have access, under general conditions of equality, to the public service of his country. 2. The law may regulate the exercise of the rights and opportunities referred to in the preceding paragraph only on the basis of age, nationality, residence, language, education, civil and mental capacity, or sentencing by a competent court in criminal proceedings. Artikel 23: Recht om deel te nemen in het bestuur Iedere staatsburger heeft het recht deel te nemen aan de behandeling van openbare aangelegenheden, te stemmen en gekozen te worden d.m.v. betrouwbare periodieke verkiezingen en hebben toegang tot openbare diensten. Er is geen strijdigheid hier waargenomen. Artikel 23 AVRM lid 1 de delen a en c hebben dezelfde inhoud als artikel 25 sub a en c IVBPR. Op basis hiervan kan worden gesteld dat artikel 23 a en c AVRM op dezelfde wijze moet worden geïnterpreteerd en getoetst aan artikel 25 sub a en c IVBPR. En kan worden geconcludeerd dat ook hier er dus geen sprake is van strijdigheid. Artikel 23 AVRM lid 1 sub b en artikel 25 sub b IVBPR bespreken dezelfde inhoud en kan hier worden verwezen naar de motivatie van het laatstgenoemd artikel. Article 24. Right to Equal Protection All persons are equal before the law. Consequently, they are entitled, without discrimination, to equal protection of the law. Allen zijn gelijk voor de wet en hebben op basis hiervan recht op gelijke bescherming van de wet. Het Hof verwijst naar zijn eerdere constatering met betrekking tot artikel 8 Grondwet daar artikel 24 AVRM eveneens betrekking heeft op het gelijkheidsbeginsel. Het Hof stelt dat de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling niet verenigbaar zijn met artikel 24 AVRM, nu zij geen gelijkwaardig kiesrecht biedt aan elke Surinamer woonachtig in de verschillende districten. Toetsing artikelen 9 jo. 24 van de Kiesregeling aan de artikelen 7 jo. 21 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). De UVRM is in 1948 als een verklaring (aanbeveling) aangenomen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en ontbreekt het formele gezag van een Verdrag dat zij partijen bindt krachtens internationaal recht en is in formele zin niet bindend. Het Hof verwijst naar de door het UVRM geïnspireerde gelijke bepalingen in het IVBPR en AVRM, welke door het Hof bij de beoordeling van de artikelen 9 jo. 24 van de Kiesregeling zijn betrokken. Page 23 of 27

Select target paragraph3