Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en of artikel 7 jo. 21 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. (2) Op grond van het verzoek van verzoekster zal het Hof de volgende rechtsvragen beantwoorden:6 a) In hoeverre zijn de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling in strijd met de artikelen 8 jo. 55 jo. 61 Grondwet? b) In hoeverre zijn de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling in strijd met de artikelen 25 jo. 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten? c) In hoeverre zijn de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling in strijd met de artikelen 1 jo. 23 jo. 24 van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens? d) In hoeverre zijn de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling in strijd met de artikelen 7 jo. 21 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? 4. BEVOEGDHEID VAN HET CONSTITUTIONEEL HOF EN ONTVANKELIJKHEID VAN HET VERZOEK (1) Het Hof acht zich overeenkomstig het bepaalde in artikel 144 lid 2 Grondwet c.q. artikel 12 leden 1 en 4 Wet Constitutioneel Hof bevoegd om tot toetsing over te gaan van de onderhavige Kiesregeling, zoals door verzoekster gevraagd en stelt het Hof de ontvankelijkheid van de verzoekster vast. (2) Ten aanzien van de bevoegdheid van het Hof bepaalt artikel 144 lid 2 Grondwet juncto artikel 12 lid 1 Wet Constitutioneel Hof dat het Hof de inhoud van een wet of een gedeelte daarvan toetst aan de Grondwet en aan van toepassing zijnde (ieder verbindende bepalingen van) overeenkomsten met andere mogendheden en met volkenrechtelijke organisaties. De Kiesregeling is een wet in formele zin en is eveneens reeds in werking getreden. Hiermee wordt voldaan aan de kwalificatie van de wetten als bedoeld in artikel 144 lid 2 Grondwet en daarmee is eveneens de bevoegdheid tot toetsing door het Hof komen vast te staan.7 (3) Verzoekster is op de dag van indiening van het verzoek advocaat bij het Hof van Justitie en behoort daardoor ingevolge artikel 12 lid 4 sub d Wet Constitutioneel Hof tot de daarin genoemde verzoekgerechtigde. Daar in het verzoekschrift eveneens de bepalingen van de Grondwet en volkenrechtelijke overeenkomsten zijn vermeld, waaraan voornoemde Kiesregeling onder meer getoetst dient te worden en aan de overige ingevolge artikel 15 Wet Constitutioneel Hof gestelde vereisten is voldaan, kan het verzoek derhalve worden ontvangen. 6 Het Hof heeft voor de beantwoording van de rechtsvragen literatuuronderzoek en eigen cijferonderzoek verricht. 7 MvT Wet Constitutioneel Hof, p.18. Page 4 of 27

Select target paragraph3